Gebroken poot of vleugel

Vogels worden vaak bij de vogelarts aangeboden in verband met orthopedische problemen. Ze kunnen plots niet meer vliegen, hebben een afhangende vleugel of kunnen een poot niet meer gebruiken (slap of kreupel). Vaak is de oorzaak hiervan een botbreuk in de vleugel of poot.

Vliegen in een onnatuurlijke omgeving - tussen auto's, hekjes, elektriciteitskabels, ramen, ventilatoren, etc. - is niet zonder risico. Het met hoge snelheid ergens tegenaan vliegen leidt vaak tot botbreuken. Het leven samen met mensen levert sowieso risico's op. Helaas ontstaan er regelmatig botbreuken doordat liefhebbende baasjes per ongeluk op hun vogel gaan zitten of staan (dit betreft dan vaak erg tamme vogels). Ook ongelukken met speeltouwen, kettinkjes of andere attributen in de kooi zijn veel voorkomende oorzaken van botbreuken bij papegaaien en parkieten.

Bij tamme vogels speelt regelmatig een verzwakt skelet een rol. Nog steeds krijgen veel in gevangenschap gehouden vogels een verkeerd dieet - met te weinig calcium en vitamine D -  en hebben ze geen beschikking over UV-licht. Ook het leggen van veel eieren kan een rol spelen door het verlies van calcium. Deze zaken kunnen leiden tot botontkalking, waardoor de botten makkelijker breken.

De botten van vogels hebben de neiging om meer te versplinteren als ze breken dan de botten van zoogdieren. Ook worden bij vogels veel botten nauwelijks bedekt door een beschermende laag spieren en vet. Door deze combinatie van eigenschappen zien we bij vogels relatief veel meervoudige fracturen, waarbij er ook nog stukken bot door de huid naar buiten steken. Dit maakt het niet per definitie hopeloos, maar in een dergelijke situatie is snel ingrijpen wel noodzakelijk.

Het is ontzettend belangrijk om bij vogels met een fractuur goed naar de hele vogel te kijken en niet alleen naar de gebroken poot of vleugel. Het ongeluk kan namelijk meer schade hebben veroorzaakt, zoals bijvoorbeeld een inwendige bloeding! Voordat we een vogel operatief behandelen aan de fractuur, moet de patiënt eerst verder worden gestabiliseerd. Vaak is het nodig om bijvoorbeeld extra vocht toe te dienen d.m.v. een infuus, extra voeding en pijnstilling te geven en de temperatuur op niveau te brengen door middel van o.a. warmtelampen . Pas als de vogel veilig onder narcose kan, is het verantwoord om de fractuur blijvend vast te zetten. (Een uitzondering hierop vormen bepaalde types open fracturen.)


Behandeling

Verband / spalk

Sommige fracturen kunnen worden gestabiliseerd met alleen een (spalk)verband. Dit betreft echter slechts een klein aantal fracturen van de schoudergordel, ondervleugel of onderbeen/voet. Bij alle andere fracturen van de poten of vleugels wordt met alleen een (spalk)verband geen optimale positie van de botten bereikt of lukt het niet om het beschadigde bot goed op zijn plaats te houden. Dit leidt tot een blijvend afwijkend ledemaat met soms permanente pijn of het verlies van functie tot gevolg. Een ander nadeel is dat een langdurig verband om een vleugel kan leiden tot een permanente verstijving van de gewrichten van de  vleugel. In dat geval kan een vogel alsnog nooit meer vliegen, ook al is het bot goed genezen! Om dit te voorkomen moet er elke 5 dagen fysiotherapie worden gedaan (waarbij het verband dus moet worden verwijderd en alle gewrichten goed bewogen moeten worden) zolang het verband om de vleugel zit.

Wanneer een bot in een vleugel verkeerd geneest of de vleugel verstijft, zal de vogel nooit meer kunnen vliegen. Een afwijkende stand of beweeglijkheid van een poot is niet alleen voor veel wilde vogels desastreus - omdat ze geen eten meer kunnen bemachtigen -, maar ook voor kooivogels een enorme handicap. Klimmen en lopen lukt vaak niet goed meer en er kunnen problemen met de gewrichten (artrose) of huidklachten optreden. Ook kunnen er op termijn pijnlijke afwijkingen aan de andere poot optreden ten gevolge van overbelasting. Paren lukt soms ook niet meer, resulterend in slechtere kweekresultaten.

Fracturen van de bovenvleugel (humerus) en het dijbeen (femur) genezen nooit volledig functioneel wanneer er wordt geprobeerd om deze met een verband/spalk te behandelen! Dit moet dus alleen maar gedaan worden bij vogels die absoluut niet hoeven te kunnen vliegen en waarbij chirurgie om andere redenen geen mogelijkheid is (zeer kleine zangvogels of vogels met een verhoogd narcose-risico).

Chirurgie

De meeste fracturen genezen het beste en het snelst door middel van chirurgie. Voor chirurgie is kennis van de anatomie, anesthesie en orthopedie op het gebied van vogels noodzakelijk. Wanneer dierenartsen deze kennis zelf niet hebben kunnen ze vogels doorsturen naar specialisten op dit gebied. Zelf gaan experimenteren of kiezen voor een makkelijke oplossing - bijvoorbeeld een verband / spalk in plaats van chirurgie - met een grotere kans op complicaties moet voorkomen worden.


Botbreuken en orthopedische chirurgie zijn erg pijnlijk. Het is daarom van het grootste belang om te zorgen voor een goede pijnstilling, ook tijdens de operaties. Narcosegas is niet pijnstillend. Helaas worden er nog steeds veel vogels geopereerd met alleen narcosegas. Dit is ontzettend zielig en schadelijk voor de patiënt. Dus ook als een vogel buiten bewustzijn is door narcosegas, moeten er krachtige pijnstillers worden gegeven voor de operatie, bijvoorbeeld morfine-achtige stoffen (opiaten), "gewone pijnstillers" en een plaatselijke verdoving.

Technieken die vaak bij vogels worden toegepast zijn  externe fixatie en het plaatsen van een intramedullaire pin.

Externe fixateur

Bij externe fixatie worden er metalen pinnen door het bot heen geboord. Deze pinnen worden vervolgens buiten het lichaam met elkaar verbonden om een stevig metalen frame te maken, waardoor de botdelen op hun plek worden gehouden.

Intramedullaire pin

Ook is het bij bepaalde botbreuken mogelijk om een metalen pin middenin het bot te plaatsen, een zogenaamde intramedullaire pin. Bij het plaatsen van een intramedullaire pin is het van groot belang om schade aan de gewrichten te voorkomen. De pin moet daarom op correctie wijze worden ingebracht. Een pin die door het hakgewricht of door de elleboog naar buiten komt resulteert bijvoorbeeld in blijvend letsel en artrose, ondanks genezing van de botbreuk!. Vanuit het voorste deel van de knie, schouder en heup kunnen wel veilig worden geboord.


Alleen een intramedullaire pin helpt wel tegen het buigen en verschuiven van het bot, maar helaas niet tegen het draaien van het bot. Het is daarom bij veel fracturen niet goed om met alleen een intramedullaire pin te werken.

Vaak is het het beste om de 2 bovenstaande technieken te combineren: De intramedullaire pin wordt uitwendig vastgemaakt aan een externe fixateur (Tie-in techniek).

    ©2020 door Dierenkliniek Rijnlaan.