Voeding papegaaiachtigen

Voeding van papegaaiachtigen in de natuur

Alle papegaaiachtigen - dus papegaaien en parkieten -  zijn primair herbivoor, dat wil zeggen dat ze voornamelijk of volledig plantaardig materiaal eten. Wat betreft het natuurlijke dieet zijn de papegaaiachtigen in meerdere groepen in te delen: zaad-eters, nectar-eters, fruit-eters, blad-eters en omnivoren

 

 

De zaad-eters

De meeste zaad-etende papegaaiachtigen zjin generalisten; Dit houdt in dat ze allerlei soorten zaden eten, vaak samen met ander plantaardig materiaal en soms dierlijk voedsel. De zaden worden niet alleen gegeten als ze rijp zijn, maar meestal als ze nog onrijp zijn. Onrijpe zaden hebben een andere samenstelling dan rijpe zaden, ze bevatten onder andere veel meer eiwitten.

Enkele soorten zaad-etende papegaaiachtigen hebben een meer gespecialiseerd dieet en eten vrijwel altijd de zaden van een zelfde soort plant.

 

De nectar-eters

Het dieet van nectar etende papegaaien, zoals bijvoorbeeld lori’s, bestaat voornamelijk uit nectar. Nectar bevat echter nauwelijks andere voedingsstoffen zoals eiwitten. Daarom eten de nectar-etende soorten ook zeer veel pollen (stuifmeel) en insecten.

 

De fruit-eters

Hoewel zeer veel papegaaiachtigen fruit eten als deel van het totale dieet, eet slechts een soort echt alleen maar fruit (Pesquet’s papegaai).

 

De blad-eters

Vanwege de zeer slechte verteerbaarheid zijn er slechts enkele papegaaiachtigen die alleen bladeren op het dieet hebben staan.

 

De omnivoren

Papegaaiachtigen die omnivoor zijn, eten naast het plantaardige materiaal ook routinematig dierlijke eiwitten.

Voeding van papegaaiachtigen in gevangschap

De meeste door mensen gehouden papegaaien en parkieten behoren tot de zaad-eters (generalisten). Daarom krijgen de in gevangenschap gehouden papegaai zeer vaak een gemengd zaden-dieet aangeboden. Hoewel het vreemd lijkt (aangezien het op het eerste gezicht een logische voeding lijkt voor vogels die in het wild te bestempelen zijn als zaad-eters), bevat een “compleet “ zadenmengsel voor kromsnavels veel te weinig van bepaalde vitamines, mineralen en aminozuren.

 

Zeer veel ziektes bij in gevangenschap gehouden papegaaiachtigen treden op door voedings-deficienties. Veel vogels die zadenmengsels eten hebben tekorten aan o.a. vitamine A & E ,calcium en essentiële aminozuren.

 

De verklaring voor het feit dat de papegaaiachtigen in het wild wel voldoende voedingsstoffen binnen krijgen uit hun zadendieet, en in gevangenschap niet, heeft meerdere factoren. Ten eerste eten de vogels in het wild veel meer verschillende soorten zaden dan dat er in de zadenmengsels die in Nederland te koop zijn zitten. Bovendien eten de vogels in gevangenschap ook nog selectief (doordat er vaak zoveel wordt aangeboden, hebben ze geen honger als ze een deel van de aangeboden zaden niet opeten). Een andere belangrijke factor is dat wilde papegaaien de zaden opeten als ze nog niet rijp zijn, met zoals hierboven al genoemd, een compleet andere voedingswaarde. De zaden in het kant-en-klare voer zijn volledig gerijpt. Hoe langer de zaden bewaard worden, hoe slechter de voedingswaarde wordt.Tot slot eten de vogels in het wild vaak allerlei dingen naast de zaden, zoals bijvoorbeeld insecten of larven, hetgeen zorgt voor een beter gebalanceerd dieet.

Het toevoegen van de kleine “vitamine-balletjes“ aan de zakken zaad helpt helaas ook niet. Want hoewel de totale voedingswaarde van de inhoud van de zak wel behoorlijk goed wordt, eten de vogels zelf ze bijna nooit op. Het staat dus wel goed op het etiket, maar haalt helaas weinig tot niets uit.

De meest praktische en mogelijk meest verantwoorde oplossing is om papegaaiachtigen in gevangenschap als basisvoeding pellets te geven. Pellets zijn brokjes met een goed uitgebalanceerde samenstelling en daardoor een zeer goede manier om voedingsdeficiënties te voorkomen. Papegaaiachtigen die 75% pellets eten, krijgen in principe voldoende van de essentiële voedingsstoffen binnen.

 

Het veranderen van het dieet van zaden naar pellets is vaak een uitdaging. Onderaan deze pagina staat uitleg hoe u dit kunt aanpakken.

 

Uiteraard is het ook mogelijk om op een andere wijze een volledige voeding te maken - pellets zijn natuurlijk ook ergens van gemaakt -,  het vergt alleen zeer veel kennis en kunde om dit op verantwoorde wijze voor elkaar te krijgen en daarom is dit niet het advies.

 

Een discussiepunt is of het optimaal is om 100% pellets te voeren. Hoewel door veel mensen inclusief producenten van pellets beweerd wordt dat dat wel het beste is voor alle vogels, is dat toch maar de vraag. Vogels in verschillende situaties en in verschillende levensfasen hebben andere voedingsbehoeftes. Popjes die eieren leggen hebben bijvoorbeeld andere verhoudingen van voedingsstoffen nodig dan niet-reproductieve dieren, vogels die vliegen hebben andere behoeftes dan vogels die de hele dag in een kooi zitten, vogels die binnen leven hebben andere behoeftes dan vogels die buiten leven. Daarnaast is de manier van eten van pellets dusdanig eentonig en niet uitdagend, dat dit mogelijk ten koste gaat van het welzijn.

Ons advies is daarom om papegaaiachtigen in principe niet voor 100% pellets te voeren, maar om een deel - maximaal 25% - te laten bestaan uit groentes en fruit en ook wat zaden. Afhankelijk van de soort en individuele situaties kan het echter zijn dat voor bepaalde vogels een andere verhouding beter is. 

Foerageren

Belangrijk is ook dat de voeding op een zo natuurlijk mogelijke wijze wordt aangeboden; In de natuur zijn papegaaiachtigen een groot deel van de dag bezig met foerageren, oftewel het bemachtigen van voedsel. In gevangenschap staat er voor de meeste vogels echter altijd een bakje met eten klaar, hetgeen ervoor zorgt dat ze zich een groot deel van de dag vervelen. Dit laatste kan het welzijn aantasten en ook leiden tot gedragsproblemen. Het is daarom verstandig en leuk om het foerageergedrag van de vogels te stimuleren door het eten uitdagender te maken. Voor vogels die in de natuur veel op de grond foerageren (bijv. valkparkieten, grasparkieten) kan een deel van de voeding verspreid worden tussen (schone!) bodembedekking. Voor ander soorten kan voeding worden aangeboden in speelgoed, gaten in stukken hout, in kartonnen doosjes/ wc-rollen etc. Hoewel het in eerste instantie misschien lijkt op pesterij, is het moeten 'werken' voor het eten zeer positief voor het welzijn van de dieren!

Maagkiezel en oplosbaar grit

Vogels hebben een ander maag-darmkanaal dan zoogdieren. De bouw van het maag-darmkanaal is aangepast aan het dieet van de verschillende soorten. Bijna alle vogels hebben een krop, dit is eigenlijk een zakvormige uitzakking van de slokdarm waar ingeslikt eten tijdelijk wordt opgeslagen (in de krop vindt geen vertering plaats). Een ander verschil tussen vogels en zoogdieren is dat vogels een dubbele maag hebben: De eerste maag is de kliermaag (Proventriculus); In de kliermaag wordt maagzuur gemaakt, maar geen eten vermalen. De tweede maag is de spiermaag (Ventriculus); In de spiermaag wordt het eten gekneed en indien nodig vermalen. De ontwikkeling van de maag hangt af van het type voedsel dat moet worden verteerd, zo hebben vleeseters een veel slappere spiermaag dan vogels die hardere voeding eten. Met name bij vogels die zaden eten is de kliermaag enorm sterk ontwikkeld om de zaden te kunnen vermalen. De binnenkant van de spiermaag is bekleed met een beschermde laag (koilin).

Veel vogels in de natuur slikken steentjes in, die in de spiermaag een bijdrage leveren aan het vermalen van harde voedseldelen. Voor sommige soorten is dit essentieel, voor andere soorten niet. Voor vogels die niet in een omgeving leven waar ze zelf steentjes kunnen vinden (oftewel de meeste vogels in gevangenschap), zijn steentjes te koop (maagkiezel).

 

Niet alle vogels hebben maagkiezel nodig. Daarnaast is er geregeld verwarring met oplosbaar grit. Hieronder staat daarom uitleg.

Maagkiezel

Vogelsoorten die zaden in het geheel inslikken zonder de zaden te pellen (bijvoorbeeld duiven en hoenderachtigen zoals kippen) hebben maagkiezel echt nodig voor een goede vertering. Hier moet dus altijd beschikking over zijn. 

Kromsnavels (papegaaien en parkieten) doppen zaden wel en bijten ze meestal ook nog kapot en hebben niet persé behoefte aan maagkiezel. Van nature hebben ze wel de neiging om wat kiezel in te slikken en in geringe mate kan het ook zeker geen kwaad (en werkt vast ook wel wat ondersteunend voor de maagfunctie). Het lastige is dat sommige kromsnavels in gevangenschap teveel kiezels inslikken, hetgeen tot echt ernstige problemen kan leiden. Dus als het al wordt aangeboden aan papegaaiachtigen, dan het liefst slechts af en toe en in zeer geringe hoeveelheden (de kiezels blijven zeer lang in de maag aanwezig).

 

Oplosbaar grit

Oplosbaar grit bestaat uit gebroken schelpjes. Dit materiaal lost op in het maag-darmkanaal en is een goede bron van calcium. Met name bij vogels die voeding krijgen waar te weinig calcium in zit, is oplosbaar grit een prima calciumbron en dus een nuttige toevoeging. Dit geldt dus ook voor kromsnavels

 

Dieetverandering van zaden naar pellets  

Het veranderen van het dieet van zaden naar pellets is vaak een uitdaging. De meeste kromsnavels eten namelijk niet graag dingen die ze niet al van jongs af aan kennen. Het is een uitdaging die in de meeste gevallen met geduld en doorzettingsvermogen overwonnen kan worden.

Vogels hebben een hoge stofwisseling en verbruiken daardoor veel energie. Niet of onvoldoende eten resulteert hierdoor snel in lichamelijke problemen of zelfs sterfte. Met name kleinere soorten kunnen binnen 1 dag verhongeren! Het is extreem belangrijk om het overwennen van zaden naar pellets met beleid en voorzichtigheid uit te voeren.

 

Controle lichaamsgewicht

Tijdens het overwennen moet het gewicht van de vogel worden gecontroleerd. Het beste is om de vogel elke ochtend te wegen op een grammenweegschaal / keukenweegschaal. Sommige vogels blijven zelf zitten op een weegschaal, andere kunnen het beste in een bakje met deksel  (met luchtgaatjes) op de weegschaal worden geplaatst. Wanneer het gewicht met meer dan 10% afneemt, is dat een teken van problemen en moet het overwen-schema tijdelijk worden aangepast. Het monitoren van het gewicht is betrouwbaarder dan kijken of de vogel eet. Sommige vogels doen namelijk alsof ze eten, maar verpulveren het eten alleen maar en laten het vervolgens weer uit de snavel vallen.

 

Controle ontlasting

Het controleren van de ontlasting is een tweede methode om te controleren of een vogel voldoende eet. Voor het overwennen kan in kaart worden gebracht hoe vaak een vogel ontlasting produceert en hoe deze ontlasting eruit ziet. Wanneer de hoeveelheid ontlasting vermindert of de ontlasting er anders uit gaat zien (bijvoorbeeld zeer donker groen of zwart), kan dat een indicatie zijn voor het feit dat de vogel te weinig gegeten heeft.

 

Wanneer een vogel tijdens het overwennen meer dan 10% gewicht verliest of de ontlasting zorgwekkend verandert wat betreft hoeveelheid of aanblik, moet direct onbeperkt zaad worden aangeboden en contact worden opgenomen met de kliniek. Na lichamelijk herstel kan een vervolgplan worden opgesteld.

 

 

 

 

Overwenschema voorbeeld

  • De vogel moet de hele dag beschikking hebben over pellets. Zorg voor het juiste formaat pellets voor de betreffende vogelsoort. Een deel van de pellets kan nog in kleinere stukjes worden gebroken.

  • Biedt 3x per dag met tussenpozen van 6 uur gedurende precies 15 minuten in aparte bakjes zaden aan. De hoeveelheid zaad moet tijdens deze periodes van 15 minuten onbeperkt zijn. Na 15 minuten wordt het zaad (en eventueel op de bodem gevallen zaad) direct verwijderd.

  • Wanneer de vogel duidelijk wat pellets eet, wordt om te beginnen 1 van de 3 zaadmaaltijden weggelaten, bij voorkeur de maaltijd 's ochtends vroeg.

  • Wanneer het weglaten van een van de zaadmaaltijden niet resulteert in teveel gewichtsverlies of zorgwekkend veranderde ontlasting en de vogel duidelijk van de pellets eet, wordt een tweede zaadmaaltijd achterwege gelaten.

  • Wanneer het weglaten van de tweede zaadmaaltijd niet resulteert in teveel gewichtsverlies of zorgwekkend veranderde ontlasting en de vogel duidelijk van de pellets eet, wordt ook de laatste zaadmaaltijd achterwege gelaten.

  • Het lichaamsgewicht en de ontlasting moeten gedurende zeker nog een week nauwkeurig in de gaten worden gehouden.

 

 

​​

Aanvullende tips

Los van het volgen van het overwenschema of als voorbereiding op het gaan volgen van een van de schema’s, kan geprobeerd worden om de vogel al op een wat meer vrijwillige manier te laten wennen aan de pellets. Hieronder staan enkele tips die het proberen waard zijn.

 

  • Pellets kunnen op een wit papier op de bodem worden aangeboden. Het contrast met de witte achtergrond kan extra interesse voor de pellets opwekken.

  • Pellets kunnen op een platte spiegel op de bodem worden aangeboden. Met name grasparkieten zien soms in hun eigen spiegelbeeld een concurrent, waardoor ze de neiging hebben om het eten op te eten voordat de “ander” dat kan doen.

  • Biedt tamme vogels spelenderwijs op tafel meerdere soorten pellets aan en laat de vogel zelf kiezen welk soort hij/zij het interessants vindt.

  • De pellets of kleine stukjes pellets kunnen tijdelijk gemengd worden met iets lekkers en plakkerigs.

  • De pellets kunnen een beetje bevochtigd worden.

  • Samen eten met de vogel. Sommige vogels worden gestimuleerd om te eten als ze de eigenaar of andere vogels zien eten. Vogels die gewend zijn om met de eigenaar mee te eten van het “mensen-eten” kunnen soms ook verleid worden pellets te eten door deze door het eten van de eigenaar te mengen. De eigenaar kan doen alsof hij/zij het zelf ook opeet, en vervolgens de vogel wat aan te bieden.
     

    ©2020 door Dierenkliniek Rijnlaan.