Castratie, vasectomie & sterilisatie

Castratie reu

Het castreren van een reu kan nodig zijn in verband met bepaalde medische aandoeningen – zoals bijvoorbeeld prostaatproblemen en sommige tumoren en kan helpen tegen bepaalde vormen van ongewenst gedrag. Wat betreft het gedrag helpt castratie alleen tegen gedrag dat optreedt onder invloed van testosteron. In veel gevallen kan ongewenst gedrag ook worden verminderd door gerichte training en opvoeding. Aangezien een castratie niet ongedaan gemaakt kan worden, niet altijd helpt en ook ongewenste effecten kan hebben, moet dit niet als eerste worden overwogen om probleemgedrag op te lossen.

 

Via 1 sneetje worden beide testikels verwijderd. De ingreep gebeurt onder algehele narcose. Het is daarom belangrijk dat de reu op de dag van de operatie geen eten krijgt. De meeste honden kunnen binnen een paar uur na de ingreep weer naar huis. Na de ingreep worden voor een aantal dagen pijnstillers voorgeschreven.

 

Nadelen van castratie kunnen zijn dat gecastreerde reuen makkelijker te dik en slomer kunnen worden en dat onzekere honden nog onzekerder kunnen worden. Ook de ingreep zelf heeft – zoals elke operatie – een zeer klein risico.

 

Er is een tijdelijk alternatief voor de operatieve castratie. Door het plaatsen van een implantaat (Suprelorin) kan hetzelfde effect – namelijk een afname van het testosterongehalte – worden bereikt als met de operatie. Voordelen van het implantaat zijn dat er geen algehele narcose nodig is en dat het slechts tijdelijk werkt. Als het verlagen van het testosterongehalte niet het gewenste effect heeft op het gedrag, zal een operatieve castratie dat ook niet hebben.

 

Vasectomie reu

Wanneer een reu alleen onvruchtbaar moet worden gemaakt maar er verder geen medische of gedragsmatige reden voor castratie is, kunnen wij ook een vasectomie uitvoeren. Bij deze ingreep worden alleen de zaadleiders onderbroken, de testikels en dus de testosteronproductie blijven intact. Deze ingreep wordt met name uitgevoerd bij onzekere honden die om contractuele redenen steriel gemaakt moeten worden, zoals adoptiehonden uit het buitenland.

 

 

Sterilisatie teef

Het steriliseren van een teef – feitelijk betreft het eigenlijk ook een castratie omdat de eierstokken worden verwijderd – voorkomt ongewenste nestjes, loopsheid en verkleint de kans op het ontwikkelen van kwaadaardige melkkliertumoren en baarmoederontsteking. In verband met het grote preventieve effect van de ingreep op de ontwikkeling van zeer ernstige ziektes, raden wij aan om elk teefje waarmee niet gefokt gaat worden te steriliseren. Het ideale moment om een teefje te steriliseren hangt af van het ras en de lichamelijke ontwikkeling van het individu. Zowel het voor als juist enkele maanden na de eerste loopsheid steriliseren heeft bepaalde vóór- en nadelen. Wij geven u hierover advies op maat.

 

De sterilisatie kan op 2 manieren worden uitgevoerd.

Bij de klassieke operatie worden via een klein sneetje net onder de navel beide eierstokken en als dat nodig is – soms bij oudere honden – ook de baarmoeder verwijderd.

Een alternatieve methode om een teef te steriliseren is om dit via laparoscopie te doen. Voor deze ingreep worden er 3 kleine operatiewondjes gemaakt om vervolgens met behulp van een camera en speciale instrumenten de eierstokken te verwijderen. Voor bepaalde honden heeft deze manier van steriliseren de voorkeur. Wel zijn de kosten van de laparoscopische sterilisatie hoger. Wij geven u hierover advies op maat.

Beide ingrepen gebeuren onder algehele narcose. Het is daarom belangrijk dat de hond op de dag van de operatie geen eten krijgt. De meeste honden kunnen binnen een paar uur na de ingreep weer naar huis.

 

Nadelen van de sterilisatie kunnen zijn dat gecastreerde teefjes makkelijker te dik kunnen worden en dat er een kleine kans is op een meestal wel goed behandelbare urine-incontinentie (met name bij grotere rassen die op te jonge leeftijd worden gesteriliseerd). Ook kan bij bepaalde rassen de vacht wat veranderen en kunnen sommige teefjes wat feller worden. Ook de ingreep zelf heeft – zoals elke operatie – een zeer klein risico.

    ©2020 door Dierenkliniek Rijnlaan.