©2019 door Dierenkliniek Rijnlaan.

Vaccinatie

Door middel van vaccineren – ook wel inenten genoemd - kunnen honden beschermd worden tegen een aantal ernstige besmettelijke ziektes. Het doel van de vaccinaties is dat een goed gevaccineerde hond die in contact komt met de ziekteverwekker waartegen ingeënt is, helemaal niet ziek wordt, of in ieder geval veel minder ernstig ziek wordt.


In Nederland kan gelukkig tegen meerdere ziektes worden gevaccineerd. Een aantal van deze vaccinaties behoren tot de basisvaccinaties, ook wel ‘core vaccinaties’ genoemd. Niet inenten tegen deze ziektes brengt een groot risico met zich mee. De overige vaccinaties behoren niet tot de basisvaccinaties en worden ook wel ‘non-core vaccinaties’ genoemd. Of het verstandig is om deze overige vaccinaties te geven hangt af van de leefomstandigheden en de gezondheidstoestand van de individuele hond. Deze entingen zijn dus niet voor alle honden nodig. Hierover krijgt u advies op maat.


Voorbereidingen en lichamelijk onderzoek

Vaccinaties hebben een beter effect bij honden die geen worminfecties hebben. Het is daarom raadzaam om honden 1 tot 2 weken voor de vaccinatie te ontwormen met een effectief ontwormingsmiddel.

Ook bij honden die een acute ziekte doormaken hebben vaccinaties minder effect. Daarom wordt elke hond eerst lichamelijk onderzocht door de dierenarts voordat er besloten wordt of het verantwoord is om inderdaad gelijk te vaccineren of dat het verstandiger is om de vaccinatie juist even uit te stellen totdat de hond weer gezond is.

Schema basisvaccinaties en vaccinatie Ziekte van Weil (L4)


Jonge honden

6 weken leeftijd: Parvo en hondenziekte

9 weken leeftijd: Parvo en ziekte van Weil

12 weken leeftijd: Parvo, hondenziekte, Ziekte van Weil en HCC

1 jaar leeftijd: Parvo, hondenziekte, Ziekte van Weil en HCC


Volwassen honden

2 jaar leeftijd: Ziekte van Weil

3 jaar leeftijd: Ziekte van Weil

4 jaar leeftijd: Parvo, hondenziekte, ziekte van Weil en HCC

5 jaar leeftijd: Ziekte van Weil

6 jaar leeftijd: Ziekte van Weil

7 jaar leeftijd: Parvo, hondenziekte, ziekte van Weil en HCC

8 jaar leeftijd: ziekte van Weil

9 jaar leeftijd: ziekte van Weil

10 jaar leeftijd: Parvo, hondenziekte, ziekte van Weil en HCC

etc.


Voor overige vaccinaties – bijvoorbeeld tegen kennelhoest of hondsdolheid – kan een aanvullend schema worden gemaakt. Ze kunnen wel gelijktijdig met de andere inentingen worden toegediend.



Hondenziekte / Ziekte van Carré / Distemper

Hondenziekten is een zeer besmettelijke ziekte. De infectie door het Distempervirus kan onder andere ernstige ontstekingen in de luchtwegen, hersenen, ogen en het maag-darmkanaal veroorzaken en sterfte veroorzaken. De enting tegen hondenziekte behoort tot de basisvaccinaties.


Besmettelijke leverziekte / Hepatitis contagiosum canis (HCC)

Deze infectie - veroorzaakt door het Adenovirus type I – veroorzaakt een ernstige ontsteking van de lever en kan leiden tot sterfte. De enting tegen HCC behoort tot de basisvaccinaties.


Parvo

Het Parvovirus veroorzaakt ernstige ontstekingen in het maag-darmkanaal,tast het immuunsysteem aan en kan leiden tot sterfte. De enting tegen parvo behoort tot de basisvaccinaties.



Overige vaccinaties


Ziekte van Weil / Leptospirose

Deze infectieziekte wordt onder andere verspreid door ratten en muizen en veroorzaakt bij honden onder andere ernstige nier- en leverproblemen en kan leiden tot sterfte. De ziekte is ook erg besmettelijk voor mensen.


Kennelhoest / Besmettelijke hondenhoest

Kennelhoest is een verzamelnaam voor een aantal infecties van de voorste luchtwegen. De ziekte kan worden veroorzaakt door het Parainfluenza-virus, Adeno-virus type 2 en de bacterie Bordetella bronchiseptica. De entingen tegen kennelhoest behoren niet tot de basisvaccinaties, maar zijn wel raadzaam bij honden die een groot risico op besmetting lopen door contact met veel andere honden, zoals bij een show, uitlaatservice, hondenschool of pension.


Hondsdolheid / Rabiës

Hondsdolheid is een dodelijke infectieziekte die in Nederland in principe gelukkig niet voorkomt. Een enkele keer wordt er wel een hondsdolheidsvirus bij vleermuizen gevonden. De ziekte is voor zowel dieren als mensen levensgevaarlijk. De vaccinatie tegen hondsdolheid behoort niet tot de standaard vaccinaties in Nederland. De enting - die op zijn vroegst op een leeftijd van 12 weken mag worden gegeven – is echter verplicht als honden mee gaan naar het buitenland. Voor sommige landen moet dat al lang van te voren. Op de website van het LICG kunt u hier informatie over vinden.


Bijwerkingen

Hoewel het vaccineren van honden slechts zelden bijwerkingen veroorzaakt, heeft een enkele hond er wel wat last van of treden er ziekteverschijnselen op. Meestal is er in het geval van bijwerkingen slechts sprake van een tijdelijk en goed behandelbaar ongemak. Meer dan 99% van de gevaccineerde honden heeft geen noemenswaardige bijwerkingen, terwijl ze vrijwel allemaal goed beschermd zijn tegen zeer ernstige of zelfs levensbedreigende ziektes. Wel vaccineren is dus vele malen veiliger dan niet vaccineren. Uiteraard moet niet onnodig worden ingeënt.


Titerbepaling

De door de vaccinatie veroorzaakte weerstand tegen ziekteverwekkers blijft niet bij elke hond even lang op hetzelfde niveau. Bij sommige honden houdt de weerstand veel langer aan dan gegarandeerd is door de fabrikant van het vaccin. Om deze honden niet overmatig te enten is het mogelijk om in het bloed het gehalte aan antistoffen te meten. Zijn er nog voldoende antistoffen aanwezig, dan is opnieuw vaccineren nog niet nodig en kan dit 1 jaar worden uitgesteld. Voor Parvo, Hondenziekte en Adenovirus is deze test waarschijnlijk betrouwbaar genoeg, voor bijvoorbeeld Ziekte van Weil en Kennelhoest niet. De titerbepaling kan gebruikt worden om in te schatten of de inentingen van een pup voldoende effect hebben gehad – als dat niet zo is kan er op een leeftijd van 16 weken een extra vaccinatie worden gegeven – en of het nodig is om de basisvaccinaties te herhalen bij honden van 4 jaar of ouder.