Gebit

Veel honden krijgen in de loop van hun leven last van problemen met het gebit. Hoewel er bij gebitsproblemen soms duidelijke verschijnselen optreden – zoals stank uit de bek en bloedend en teruggetrokken tandvlees – laten veel honden met gebitsproblemen weinig merken. Hoe eerder een gebitsprobleem wordt behandeld, hoe kleiner de kans op blijvende schade.

Wij raden om om elk jaar het gebit van elke hond te laten controleren op 7 maanden leeftijd en vervolgens elk jaar. Een inspectie van het gebit van een wakkere hond geeft vaak een goede eerste indruk van de toestand van het gebit. Aan de hand hiervan kan geadviseerd worden of het wel of niet nodig is om een afspraak te maken voor een gebitsbehandeling.

Tandsteen, tandvleesontsteking en parodontitis
In veel gevallen speelt de vorming van tandsteen een rol bij de gebitsproblemen. Bij honden van kleine rassen of honden met een korte snuit – en daardoor vaak een afwijkende stand van de tanden en kiezen – vaak al op lage leeftijd. Tandsteen is een bruine harde aanslag op de tanden en kiezen. Tandsteen veroorzaakt in eerste instantie ontstekingen van het tandvlees. Hierdoor kan het tandvlees er gezwollen en rood uit gaan zien. Deze ontstekingen kunnen uiteindelijk leiden tot aantasting van het kaakbot, oftewel parodontitis. Ook kunnen bacteriën vanuit het ontstoken tandvlees via het bloed terecht komen in andere organen en daar voor ernstige ontstekingen zorgen.

Het is uiteraard het beste om tandsteenvorming te voorkomen. Tandsteen ontstaat door het uitharden van tandplak. Preventief kan daarom tandsteenvorming worden verminderd door tandplak te verwijderen met bepaald dieetvoer en/of poetsen van de tanden.

Eenmaal gevormd hard tandsteen is helaas niet zomaar weg te poetsen of weg te kauwen. Om tandsteen van het gebit te verwijderen is een gebitsbehandeling in de dierenkliniek nodig. Bij deze behandeling wordt onder algehele anesthesie het gebit weer perfect schoongemaakt. Na het verwijderen van het tandsteen worden de tanden en kiezen gepolijst om de vorming van nieuw tandsteen te vertragen.



Persisterende melktanden

Normaal gesproken worden de melktanden van honden vervangen door de blijvende elementen op een leeftijd tussen de 3 en 7 maanden. Doordat de blijvende tand of kies tegen de wortel van het melkelement aandrukt, lost de wortel op. Zodra de wortel geheel opgelost is, valt deze uit de kaak. Op dezelfde plek komt vervolgens het blijvende element te voorschijn. Soms verloopt dit proces niet goed en komt het blijvende element te voorschijn naast het bijbehorende melkelement. Meestal gebeurt dit bij de hoektanden. Wanneer het melkelement en het blijvende element tegelijkertijd zichtbaar zijn, wordt gesproken van een persisterende melktand. In dat geval moet de melktand getrokken worden om ontstekingen en aantasting van de kaak en het blijvende element te voorkomen.



    ©2019 door Dierenkliniek Rijnlaan.